facebook Informatiefiche

Dierenkliniek

Dierenartsenpraktijk

Vaccineren

 

Wat is een vaccinatie?

 

Bij een vaccinatie worden kleine dode of onschadelijk gemaakte ziektedeeltjes van virussen of bacteriën ingespoten. Daardoor wordt het lichaam aangezet om antilichamen te maken. Komt het dier daarna in aanraking met de werkelijke, levende infectie dan is het afweersysteem klaar om meteen te reageren.

 

Waarom vaccineren?

 

Vaccinatie is een belangrijke en effectieve manier om ernstige besmettelijke ziekten te voorkomen. Een enting bereidt het lichaam voor op een infectie zodat ziekteverwekkers uitgeschakeld worden voor ze schade kunnen toebrengen. Soms lukt dit niet meteen of niet volledig, maar doordat er al antilichamen en afweercellen aanwezig zijn, is de ziekte gemakkelijker onder controle te krijgen en stijgt de overlevingskans.

Door de laatste decennia goed te vaccineren is het aantal dieren dat ziek wordt en sterft aan deze infecties gevoelig gedaald. De ziekteverwekkers zelf zijn echter niet verdwenen. Om besmettelijke ziekten tegen te gaan is het belangrijk dat een groot deel van de dieren wordt gevaccineerd. Een besmettelijk dier kan dan geen andere dieren besmetten omdat deze beschermd zijn door vaccinatie. Als het percentage dieren dat wordt gevaccineerd afneemt, krijgt het virus of de bacterie weer de kans om de kop op te steken.

Door uw dier te laten vaccineren, beschermt u dus niet alleen uw eigen hond of kat, maar werkt u ook mee aan het onderdrukken van uitbraken van besmettelijke, levensbedreigende infectieziekten.

 

Is vaccinatie veilig?

 

Zoals elke medische ingreep kan ook een vaccinatie bijwerkingen hebben. In de pers en op internet doen soms verhalen de ronde over het 'gevaar' van vaccineren, met name over ongewenste bijwerkingen. Bijwerkingen na vaccinatie komen maar zeer zelden voor en het verband tussen vaccinatie en later ontstane ziekten is vaak niet wetenschappelijk bewezen. Cijfers uit het Verenigd Koninkrijk geven voor de hond een frequentie van 38 bijwerkingen per 10.000 verkochte doses. In dit onderzoek waren ook milde bijwerkingen zoals zwelling op de injectieplaats meegenomen in de aantallen.

De risico's op bijwerkingen wegen niet op tegen de voordelen van het ontwikkelen van de bescherming tegen ernstige ziekten. (bron: LICG)

 

Tegen welke ziekten kan er gevaccineerd worden?  

 

Honden:

Honden kunnen gevaccineerd worden tegen:

 

  • Hondenziekte (Ziekte van Carré)
  • Kattenziekte (Parvovirose)
  • Besmettelijke leverziekte
  • Rattenziekte (Leptospirose, Ziekte van Weil)
  • Kennelhoest
  • Lyme
  • Hondsdolheid (Rabiës)

 

Hondenziekte (Ziekte van Carré)

Deze virale infectie komt vooral voor bij jonge dieren. Men kan de ziekteverschijnselen vergelijken met griep bij de mens. Meestal zien we zieke pups met koorts, keelontsteking, hoesten, ontstoken oogleden en mogelijk ook longontsteking. Verder zien we bij deze dieren vaak diarree en in zeldzame gevallen ook zenuwafwijkingen zoals verlamming, doofheid, blindheid of stuipen. De aangetaste honden zijn meestal erg ziek en kunnen ondanks een goed ondersteunende behandeling toch sterven.
 

Kattenziekte (Parvovirose)

Ook deze virale infectie komt meestal bij jonge dieren voor. Ze hebben een bloederige stinkende diarree en moeten braken. Als gevolg hiervan kunnen de dieren uitdrogen en in shock gaan. Hier bovenop worden ze gevoelig voor andere infecties. Ook hier kunnen de dieren enorm verzwakken en kunnen ze uiteindelijk sterven ondanks de zeer intensieve behandeling.
 

Besmettelijke leverziekte

Deze virale aandoening komt voor bij dieren van alle leeftijden, maar het zijn opnieuw de pups met het minste afweer die het ergst ziek zijn en plots kunnen sterven. De ziekteverschijnselen zijn velerlei en variëren van lichte koorts tot ernstige leverbeschadiging.
 

Rattenziekte (Leptospirose, Ziekte van Weil)

Deze ziekte komt voor op alle leeftijden en veroorzaakt een ontsteking van de nieren en de lever. Zonder goede behandeling kent ze soms een fatale afloop. De aandoening wordt overgedragen via urine van besmette dieren. Ratten zijn dikwijls dragers van deze kiem, zodat de omgeving van waterlopen een verhoogd risico inhoudt. Belangrijk hierbij is dat rattenziekte ook besmettelijk is voor de mens.

Ziekte van Lyme

Recent onderzoek toonde aan dat bij ons ongeveer de helft van de teken besmet is met de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Een besmetting komt meestal pas voor na herhaalde tekenbeten. De meeste honden die besmet raken, worden hier niet ziek van. Slechts 10% van de honden die in contact komt met de ziekte van Lyme toont ook ziektesymptomen. Het zijn meestal vage klachten zoals koorts, manken en verlies van eetlust. Een huidletsel op de plaats van de tekenbeet is geen teken van een infectie. Bescherming tegen deze ziekte begint steeds met een goede tekenpreventie, een preventieve behandeling met een goed werkend, veilig tekenmiddel en het dagelijks nakijken van uw hond.


Kennelhoest

Kennelhoest wordt veroorzaakt door een combinatie van virussen en bacteriën. De ontsteking tast de bovenste luchtwegen aan met een droge hoest als gevolg, vergelijkbaar met een bronchitis bij de mens. Soms worden ook de longen aangetast. De aandoening is enorm besmettelijk en wordt dikwijls overgedragen op plaatsen waar veel dieren samenkomen, zoals in kennels, dierenwinkels, hondenscholen en dierententoonstellingen.
 

Hondsdolheid (Rabiës)

Deze virale infectie tast de hersenen aan en is steeds dodelijk. Zowel dier al mens kunnen besmet worden via bijtwonden van aangetaste dieren. Het ziekteverloop kent een fase met toegenomen agressie, wat de verspreiding in de hand werkt. In België komt deze ziekte al meerdere jaren niet meer voor. De vaccinatie blijft wel wettelijk verplicht wanneer je met je huisdier de grens over gaat.


Katten:

Bij de kat vaccineren we tegen:

 

  • Kattenziekte (Panleucopenie)
  • Niesziekte
  • Virale leukemie (Leucose)
  • Hondsdolheid (Rabies)

 

Kattenziekte (Panleucopenie)

Dit virus tast het spijsverteringskanaal aan, maar ook de lymfeklieren en het beenmerg. Hierdoor vermindert ook de afweer tegenover andere ziekten. De aandoening is meestal fataal. Dit zeer besmettelijke virus is erg resistent in de omgeving, wat wil zeggen dat het lange tijd kan overleven in afvalstoffen of uitscheidingen van besmette dieren. Op deze manier kunnen katten ook binnenshuis worden aangetast zonder dat ze rechtstreeks contact hebben met andere dieren.

 

Niesziekte

Dit is één van de meest voorkomende infecties bij de kat. De ziektekiemen worden overgedragen door besmette katten, maar kunnen zich ook via de lucht over grote afstanden verspreiden. Niesziekte wordt gekenmerkt door een infectie van de slijmvliezen van de ogen en de bovenste luchtwegen. Meestal niezen de zieke dieren dan ook, hebben waterige tot etterige neusvloei en ontstoken oogjes. Een kat met een verstopte neus gaat ook minder eten, waardoor kittens snel uitdrogen en aftakelen. In zeldzame gevallen worden ook de longen aangetast.
Gelukkig is deze infectie meestal goed te behandelen. Minder leuk is dan weer dat een kat na genezing drager kan blijven van dit virus, waardoor een moederpoes bijvoorbeeld bij de geboorte haar kittens kan besmetten. Bij de drager zelf kan de aandoening later ook weer de kop opsteken wanneer om één of andere reden de afweer van dat dier tijdelijk daalt.

 

Virale leukemie (Leucose)

Leukemie is een virale infectie en dus besmettelijk (dit in tegenstelling tot leukemie bij de mens). De overdracht gebeurt door rechtstreeks contact tussen katten onderling. Katten kunnen zich al besmetten door naar elkaar te blazen of uit hetzelfde bakje te eten. Eens besmet, kan een groep katten de ziekte overwinnen. Een grote groep echter, wordt drager van de ziekteverwekker en verspreidt het virus zonder zelf symptomen te vertonen. In een later stadium ontaardt de ziekte dan toch en dit kan aanleiding geven tot kwaadaardige ziekteprocessen: tandvleesontsteking, lymfeklierkanker, tumoren in borst- en buikholte, … De gemiddelde levensverwachting van een kat met leukemie is slechts 3 jaar, ook al vertoont ze op dat moment nog geen tekenen van ziekte. Preventie kan gebeuren door het risico-gedrag te beperken. Bovendien is er een doeltreffend vaccin op de markt. Gezien het toenemend aantal Leucose-gevallen, wordt een enting aangeraden.

 

Aids

Kattenaids is een andere veel voorkomende virale infectie. Je kat kan deze besmettelijke ziekte oplopen als hij gebeten wordt door een aangetaste kat of bij seksueel contact. Eens besmet, is een genezing niet meer mogelijk. Aanvankelijk is er weinig abnormaal te merken, doch het virus ondermijnt de weerstand en banale infecties steken regelmatig de kop op: ontstekingen van het tandvlees of mond- en keelholte, wondjes die niet genezen schimmelinfecties op de huid,… Op lange termijn zijn de vooruitzichten niet goed.
Preventie tegen deze akelige ziekte kan enkel door het risico-gedrag te beperken: castratie of sterilisatie voorkomt besmetting via dekking én voorkomt vaak bijtwonden door kattengevechten. Een vaccin is in Europa (nog) niet op de markt.
 

Wanneer vaccineren?

De meest recente richtlijnen voor het vaccineren van honden en katten in Europa werden door het WSAVA Vaccination Guidelines Group in januari 2016 gepubliceerd. Deze raadgevingen zijn er op gericht om zoveel mogelijk dieren te vaccineren, maar ook om niet nodeloos vaak te vaccineren. Zowel bij de hond als de kat geldt het volgende principe: bij de geboorte krijgt het jong van de moeder antistoffen die het gaan beschermen tegen verschillende infecties. Deze bescherming van de moeder zorgt er echter ook voor dat het dier op dat moment onvoldoende op een vaccinatie reageert. Deze antistoffen verdwijnen geleidelijk en zijn na 3 maand niet meer terug te vinden. Het verschilt per pup of kitten hoe snel de bescherming door maternale antilichamen verdwijnt. Elk vaccin dat op jongere leeftijd wordt toegediend kan wel wat tijdelijke bescherming geven, maar biedt zeker geen garanties op langere termijn.

Wij volgen de Europese aanbeveling rond vaccinatie op. Dit wil zeggen dat wij enkel die entingen geven waarvoor de bescherming niet meer voldoende is.

 

 

Vaccinatieschema voor de hond:

 

  • Een eerste beperkte enting kan gegeven worden op 8 weken. Deze enting is al voldoende om toegelaten te worden tot de hondenscholen maar de weerstand van de pup is op dat moment nog niet optimaal.
  • De definitieve vaccinatie (combinatie hondenziekte-kattenziekte-leverziekte-kennelhoest-rattenziekte) wordt gegeven op 12 weken en herhaald op 16 weken.
  • Voor een volledige bescherming is een gedeeltelijke herhaling op 6 maand noodzakelijk. Deze vaccinatie wordt gecombineerd met de gratis tandencontrole.
  • Met dit entschema kan al op een jaar en 4 maand een beperkte vaccinatie (rattenziekte-kennelhoest) gegeven worden. De volledige combinatie-enting is voor een stevige afweer na een goede basisenting maar om de 3 jaar noodzakelijk.
  • Honden die mee naar het buitenland gaan, moeten wettelijk een geldige hondsdolheidsvaccinatie hebben. Deze vaccinatie kan pas op de leeftijd van 12 weken gegeven worden en is pas geldig een maand na enting.

 

Vaccinatieschema voor de kat:

 

  • Kittens worden soms een eerste maal gevaccineerd tegen kattenziekte en niesziekte op een leeftijd van 8 weken.
  • De definitieve vaccinatie (kattenziekte-niesziekte en eventueel Leucose) wordt gegeven op 3 maand.
  • Aangezien katten drager kunnen zijn van het leucosevirus zonder (al) ziek te zijn, raden wij aan je kat net voor de eerste vaccinatie met een eenvoudige bloedtest op leukemie te laten controleren.
  • Deze vaccins moeten de eerste keer op 3 tot 4 weken later herhaald worden, dus rond de 4 maand.
  • Voor een volledige bescherming is op 6 maand nog een gedeeltelijke herenting van de kattenziekte en de niesziekte noodzakelijk.
  • Voor katten die buiten komen, geldt vanaf dan een beperkt entschema: kattenleukemie moet vanaf de basisenting maar om de 2 jaar herhaald worden. Een jaarlijkse enting van niesziekte blijft noodzakelijk.
  • Voor binnenkatten is het voldoende om na de basisenting om de 3 jaar te worden gevaccineerd. Een jaarlijkse check-up blijft wel aangewezen om na 3 jaar niet met onaangename verassingen te komen staan.
  • Zoals je elders kan lezen is een hondsdolheidsvaccinatie bij katten enkel nodig wanneer ze mee op reis gaan.

 

Wanneer je huisdier in onze kliniek wordt gevaccineerd, krijg je automatisch een brief om je eraan te herinneren dat de bescherming ten einde loopt. Het medisch nazicht tijdens het vaccinatieconsult is minstens even belangrijk voor de gezondheid van uw viervoeter dan de enting zelf. Tijdig opsporen van problemen kan de levenskwaliteit van uw huisdier gevoelig verbeteren en soms zelfs intensieve behandeling voorkomen.


Heb je nog vragen over het preventief vaccineren van je huisdier en vindt je het antwoord nergens op onze website, aarzel dan niet contact op te nemen met één van onze dierenartsen.

Website by Joren Vangeel & Matthias De Sutter